Herindicatie aanvragen
Een indicatiebeschikking is geldig voor een bepaald aantal jaren. Binnen de indicatietermijn blijft de beschikking geldig, ook als de leerling van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs gaat of als de leerling van een speciale school naar een reguliere school gaat met een leerlinggebonden budget en vice versa.
Doorgaans heeft de beschikking de geldigheid van drie of vier jaar. Meer informatie is te vinden op de
website voor oudervoorlichting. Ook kunt u bellen met de informatielijn Ouders en Rugzak: telefoonnummer 0800-5010.
Voordat de geldigheidstermijn verloopt vragen de ouders de herindicatie aan, in overleg met de school en de ambulant begeleider.
De procedure
Bij een beoordeling van leerlingen kunnen stoornissen worden aangetoond aan de
hand van de onderzoeken die bij de eerste indicatiestelling zijn aangeleverd. Deze onderzoeksgegevens moeten daarvoor worden aangevuld met een recente beschrijving van de aard en de ernst van de stoornis. Een deskundige die lid is van de commissie voor de begeleiding kan dit doen.
De verklaring kan bestaan uit de evaluatie van het handelingsplan met het rapport van de commissie voor de begeleiding of van de reguliere school en de ambulant begeleider. Hierin stelt men de beperking in de onderwijsparticipatie vast en geeft men de zorg aan die de leerling nodig heeft om aan onderwijs deel te kunnen nemen.
Als er geen sprake is van een evident stabiel kindkenmerk wordt er een recent onderzoek verlangd (niet ouder dan een jaar, of in geval van een psychiatrisch of psychodiagnostisch onderzoek niet ouder dan twee jaar) over de ernst van de stoornis. De evaluatie van het handelingsplan zelf kan beschouwd worden als een onderwijskundig rapport. Het mag niet ouder zijn dan zes maanden.
De voorbereiding van de aanvraag kost meestal minder tijd. De beslissingstermijnen die voor de CvI zijn vastgelegd gelden ook voor de herindicatie. De ouders vragen in nauw overleg met de school de herindicatie aan.
Evident stabiel kindkenmerk
Bij een evident stabiel kindkenmerk gaat het om kenmerken, waarvan uit medische of wetenschappelijke literatuur bekend is dat betrokkene deze kenmerken voor het leven of tenminste tot in de volwassenheid met zich mee zal dragen. Als de uitkomst bij eerdere onderzoeken in het grensgebied van het criterium lag, zal het CvI om recent betrouwbaar onderzoek vragen. Dit onderzoek moet voldoen aan bepaalde criteria. Deze moeten aantonen dat de situatie van de beperking niet veranderd is.
Het onderwijskundig rapport moet van recente datum zijn, dus niet ouder dan zes maanden.
Over leerlingen die geen enkele school bezoeken zijn geen recente onderwijskundig rapporten beschikbaar. Met behulp van andere rapportages kan men dan de onderwijsbeperking en ontoereikende reguliere zorgverlening aantonen.
Herindicatie cluster 4
Voor cluster 4 zijn de criteria aangescherpt. In de aanvraag voor herindicatie moet over vijf onderdelen informatie worden gegeven:
- De stoornis moet een ernstige psychische of ernstige gedragsstoornis in de sociaal-emotionele sfeer betreffen die door een daartoe bevoegde deskundige is vastgesteld.
- De gedragsproblemen moeten zowel op school als thuis voorkomen en/of in de vrije tijd. Er moet dus sprake zijn van integraliteit.
- Er is sprake van hulpverlening die voor thuis en/of in de vrije tijd met een indicatie verkregen is.
- In het onderwijskundig rapport moet een duidelijke onderwijsbeperking worden aangetoond. Deze houdt verband met de in punt 1 genoemde stoornis, ondanks de ingezette LGF-middelen.
- Het effect van de geboden ondersteuning op school op het gebied van het sociaal-emotionele gedrag moet ontoereikend zijn. In het handelingsplan moet aangegeven worden dat de school de extra hulp van LGF nog steeds nodig heeft.
Ook bij een herindicatie zal de CvI nagaan of ouders en school eerst een beroep hebben gedaan op de bovenschoolse zorgstructuur, zoals de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), voordat de herindicatieaanvraag wordt ingediend.
ESM-leerlingen in het VO
Voor leerlingen met een ESM-indicatie moet een nieuwe indicatie worden aangevraagd als zij naar het voortgezet onderwijs gaan, ook al is hun indicatie voor het ESM-onderwijs nog (enige jaren) geldig. Dat hangt samen met het feit dat er geen schoolsoort voor ESM-leerlingen bestaat in het voortgezte onderwijs.
De esm-criteria zijn nog wel van toepassing want de leerlingen hoeven niet aan de criteria te voldoen voor een gehoorstoornis. De indicatiecriteria voor ESM-leerlingen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs zijn identiek. Het enige verschil is dat voor de basisschool een ESM-indicatie en in het voortgezet onderwijs een SH-indicatie nodig is.
Bij de aanvraag voor een indicatie voor het voortgezet speciaal onderwijs aan slechthorende leerlingen kan er gebruik gemaakt worden van al aanwezige verslagen die handelen over de stoornis van de leerling (logopedisch, psychodiagnostisch en dergelijke) indien de gegevens niet ouder zijn dan een jaar of bij psychiatrische of psychodiagnostische gegevens niet ouder dan 2 jaar. Een uitzondering hierop vormen de gegevens over ‘evident stabiel kindkenmerk’ (zie hierboven). Het onderwijskundig rapport mag niet ouder zijn dan een half jaar, de evaluatie van het handelingsplan - waarin tenminste een half jaar zorg beschreven wordt - moet aantonen dat de stoornissen en (onderwijs)beperkingen van de leerling niet binnen de reguliere zorgstructuur opgevangen kunnen worden.